7 Het zevende is het huis in het westen; de toegang tot de onderwereld. Avalon en Eressea. De Descendant vormt de grens tussen zeven en zes. Alvorens zijn schaduwen te bevechten, moet de held worden voorbereid. De Egyptenaren gaven de Zon hier een boot (de Maan) mee om de vreselijke tocht door de mythologische wateren van de onderwereld te doorstaan. Er worden helpers aangesteld, Ariadne schenkt een rode draad, klein duimpje een zak met steentjes. Partners en intieme vrienden kunnen hier zowel helpen als hinderen, soms vervult een goeroe die rol.
Bij de overgang van zeven naar zes neemt de zwarte fase een aanvang: het nigredo, 'de zwarte nacht van de ziel'.
6 De afdaling, een tijd van desoriëntatie, een weg van verdriet en stof en as en vernedering en van alles achterlaten wat hier dient tot niets. De held wordt gereinigd en gelouterd; hij leert anderen dienen en dient daarmee zichzelf. Het simpelste werk kan hier worden tot een heilige handeling: een ritueel.
5 Tussen de zwarte en de witte fase onderscheidt de alchemie een blauwe fase. Hier kunnen anima en animus gestalten opdoemen uit het duister en dus diverse vormen van liefde en verliefdheid. Het vijfde is het vinden van helpers en het ontdekken, uittesten en dienen van de eigen kracht die blijkt te bestaan uit hartenergie en verlangen. In dit laatste dient zich het vierde huis al aan: de witte fase of het albedo: de witwassing.
4 Het huis van de Moeders en de voorouders; de zuigkracht van het verleden en het verlangen naar bescherming en een veilige baar-moeder. Deze wereld verkennen en tenslotte achter je laten is de ommekeer; het begin van de terugreis. Heel langzaam dringt het besef door dat hier niet de eind-bestemming ligt; ook het huis van Moeders moeten we tenslotte verlaten. Maar zoals Herakles in zijn gevecht met de Hydra ondervond: het verlangen blijft.
De Egyptenaren noemden dit punt "Aker" - twee leeuwen, elk een andere kant opkijkend symboliseren de keus voor dood of leven, doorvechten of opgeven. Het IC ligt op de grens tussen het vierde en derde; diep onder de aarde in het noorden. Je komt hier alleen maar vandaan met de zegen van de oermoeders - dat betekent zilver poetsen en nog eens zilver poetsen, tot de geschenken zichtbaar worden.
3 Als de goden welgezind zijn, is de reis terug een zegetocht; onder hun bescherming. Maar soms is het een vlucht, achtervolgd door wraakgodinnen (Oidipous, Orestes): er moet nog een schuld gedelgd; een proces gevoerd, een compromis gesloten worden. Om hier weg te komen moeten we onze joker inzetten.
2 Rijping, wachten, je geld en je talenten tellen. Odysseus wachtte hier negen jaar verlangend naar huis. De held kan die tijd benutten door zijn innerlijke fluitspeler te ontwikkelen: zichzelf genoeg en genietend van het leven en alles wat het hem bracht.
1 De terugkeer: de held moet de wereld van de archetypen achter zich laten en zich weer onder de mensen begeven, maar hij heeft iets extra's; hij is herboren.
Het veld van roem en eer (tiende huis) bereikt de held pas als hij zijn verworven inzicht deelt met anderen (twaalfde en elfde huis). Hij kan zich nu niet meer op zijn boot verlaten; hij moet een nieuwe vorm vinden, een sterk omhulsel, een persoonlijkheid om bij het aanbreken van de dag het licht te kunnen dragen en in de wereld te zijn.
Als je bij de overgang van het eerste naar het twaalfde geen persoonlijkheid hebt opgebouwd, zul je jezelf in het twaalfde gemakkelijk kunnen verliezen, getuige het lot van Phaeton, de zoon van de Zonnegod Helios die jammerlijk verbrandde toen hij zijn vaders kar zonder voorafgaande training langs de hemel wou trekken.