1. OVERDRACHT:
ervaringen die je in het verleden hebt opgedaan worden overgedragen op de huidige situatie. Meestal gebeurt dit onbewust. Eenzelfde soort brilletje, eenzelfde stem en je voelt je weer net zo als toen, bij die leraar, bij die leuke tante. Overdracht is een beter woord voor projectie. Van overdracht is altijd sprake in gezagsituaties. De oersituatie is de Ouder-Kind relatie. Het kind is per definitie afhankelijk van de ouders maar stelt tevens eisen aan de bevrediging van behoeften. Het kind test vaak of de ouders nog van hem houden. Dwingende en dikwijls onvervulbare eisen naar Ouders worden gemakkelijk op substituut Ouders overgedragen: leidinggevenden, autoriteiten, hulpverleners.
2. POSITIEVE OVERDRACHT:
de Ouder wordt op een voetstuk geplaatst. Zij zal me begrijpen, beschermen en redden. Positieve overdracht kan gemakkelijk omslaan in negatieve overdracht als de Redder niet aan de verwachtingen voldoet. Dan is de Ouder per definitie een ongeïnteresseerde /boze/ domme / straffende autoriteit/ heks/ tiran. Iemand met negatieve overdracht is altijd in verzet, ook al is dit gemaskeerd met onderdanigheid. Iemand met positieve overdracht is in wezen heel eisend.
3. INHAKEN:
als twee projecties op elkaar ingrijpen is sprake van inhaken. Er ontstaan koppels: Werknemer - Baas, Burger - Overheid, Slachtoffer - Dader vormen net zo gemakkelijk een 'archetypisch koppel' als Drenkeling-Redder / Leider-Volger / Ouder-Kind
4. TEGENOVERDRACHT:
de Ouder gaat in op de wensen en eisen die worden gesteld en voelt zich niet meer vrij. Als Ouder wordt je zelf afhankelijk - je haakt in op de overdracht. Je voelt dit als irritatie (die je moet beheersen) of als sympathie: je gaat de goede Ouder uithangen. In beide gevallen ben je bevangen. Eigen verlangens, beelden en projecties van de Ouder spelen hierin een grote rol. Dat maakt de situatie ook zo ingewikkeld en verwarrend.
5. Omgekeerde of UITGEPROJECTEERDE OVERDRACHT:
je verwacht van de Ouder erkenning en waardering (overdracht) maar je herkent niet in jezelf dat je dit vraagt of nodig hebt. Je denkt dat de Ouder zelf erkenning en waardering nodig heeft (omgekeerde overdracht) Hetzelfde gaat bijvoorbeeld op voor kritiek: je hebt kritiek op de Ouder maar denkt dat die kritiek heeft op jou; een hekel aan je heeft. Als je de klachten nagaat die je hebt ten opzichte van de Ouder (onmogelijke opdrachten, ongeïnteresseerd enz.) is hierin altijd een dergelijk patroon in te herkennen.
6. Omgekeerde of UITGEPROJECTEERDE TEGENOVERDRACHT:
de Ouder die niet aan zichzelf wil toegeven dat hij erkenning en waardering nodig heeft zal maar al te snel denken dat jij degene bent die daar bovenmatig behoefte aan heeft. En als je de Ouder irriteert, zal hij dat graag aan jou toeschrijven. Jij hebt weerstand.
7. Als partner, ouder, baas, gezagsdrager - maar ook als cliënt en als hulpverlener - word je onbedoeld en dikwijls volkomen ongemerkt tot onderdeel van een PATROON. Vaak is dit de reden voor onoplosbare conflicten en verwijdering. De positieve overdracht slaat om.
8. Overdracht bestendigt de OUDER-KIND RELATIE:
zo blijf je kind / klein. Een 5e chakra proces. Elke positie komt daarom met bijbehorende beelden, projecties en emoties en vraagt de bereidheid om die onder ogen te zien. En: 'als een innerlijke situatie niet bewust gemaakt wordt, verschijnt dit in de buitenwereld als lot' (Carl G. Jung)