de Zon
met de banen
van de planeten
tot en met Jupiter:
Mercurius, Venus
Aarde / Maan en Mars
3/18
Overzicht  van  het  Zonnestelsel
De  wereld  van
licht  en  ruimte  
PLANETEN,  MANEN,  STERREN  EN   STERRENBEELDEN
BASISGEGEVENS
Het zonnestelsel bestaat uit de Zon, de negen Planeten, de satellieten of Manen van de planeten (tot dusverre zijn er 68 geteld) en een groot aantal kleinere objecten: Kometen (ijsklompen van ca 10 km doorsnee), Planetoïden (hele kleine planeten) en Meteorieten (kleine steenklompen en gruis; ruimtepuin.
De Zon is een ster en geeft licht; de planeten en objecten geven zelf geen licht maar zijn zichtbaar omdat ze het licht van de Zon weerkaatsen.
Alle planeten en objecten draaien in dezelfde richting om de Zon in een vaste baan (tegen de klok in). De banen die ze om de Zon beschrijven zijn ellipsvormig (enigszins uitgerekte cirkels).
Al deze banen liggen in hetzelfde vlak, een soort pannenkoek, om de Zon heen. Dit vlak wordt de ecliptica of Dierenriem genoemd.

De tekeningen op deze pagina geven de relatieve omvang van de banen weer. Zoals je ziet is er een binnengebied met de planeten Mercurius, Venus, Aarde /Maan en Mars dichtbij de Zon. Jupiter, de grootste planeet, ligt al veel verder weg.
Tussen Mars en Jupiter bevinden zich enkele duizenden planetoïden. De grootste is Ceres met een middellijn van 1000 kilometer.
Voorbij de baan van Jupiter liggen de banen van Saturnus en die van de drie zogenaamde buitenplaneten Uranus, Neptunus en Pluto. Zoals je ziet wijkt de baan van Pluto sterk af.
                                       Aarde
           Zon
Venus                 Mercurius

                                  Mars

                                                         Jupiter
De sterren staan enorm ver weg - de planeten relatief dichtbij. De planeten draaien om de Zon - ze bewegen dus. Als je lang genoeg op deze plek blijft zul je sommige lichtpuntjes zien bewegen tegen de achtergrond van al die 'vaste' sterren. De planeten worden daarom ook wel dwaalsterren genoemd omdat ze steeds van positie wisselen. Planeet komt van Grieks planastai: rondzwerven.

DE  BANEN  VAN  DE  ZON  EN  DE  PLANETEN
Vanaf de aarde is de beweging van de Zon en de planeten ook te zien. De Zon gaat in het oosten op en in het westen onder, ook de Maan en de planeten volgende deze baan. Je kijkt als het ware tegen de zijkant van de platte koek aan die door al die banen wordt gevormd.
De baan aan de hemel van Zon is een vast gegeven: de Zonnebaan of ecliptica. Eclips is verduistering; ecliptica = 'het pad der verduisteringen'; hier vinden immers de Zonsverduisteringen plaats als de Maan voor de Zon langs schuift.
De banen van de planeten staan soms net iets onder of boven de Zonnebaan - een smalle band van 8° aan weerszijden van de Zonnebaan. De sterrenbeelden waar de planeten langs schuiven wordt de Dierenriem of Zodiak genoemd. Of nog preciezer: de siderische Zodiak.
Zodiak komt van het Griekse zoo - levende wezens (zoals in zoölogie). De meeste sterrenbeelden stellen immers een dier of een mens voor. Vandaar de Nederlandse benaming 'Dierenriem'.
De Zon met de banen van de planeten vanaf Jupiter: Saturnus, Uranus en Neptunus. De baan van de veel kleinere planeet Pluto maakt een hoek van ca 17° met de ecliptica.
Let op de enorme afstanden. Op deze schaal kunnen de banen van de binnenplaneten, waaronder de van de aarde, niet worden weergegeven. Ze staan te dicht bij de Zon.
Planeten en sterren  
In deze tekening is de Zon net onder. De ecliptica is de denkbeeldige kromme lijn van Mars naar de Zon.
Er zijn wat sterretjes ingetekend, maar veel zullen er nog niet te zien zijn. Het schemert nog en de sikkel van de Maan geeft te veel licht.
Venus en Jupiter, de twee helderste planeten, stelen hier samen met de Maan de show. Om Mars en Mercurius niet met een heldere ster te verwarren heb je een boek met planeetstanden nodig.
DE  STERREN  VAN  DE  DIERENRIEM
De dierenriem is dus de verzameling 'vaste' sterren die de achtergrond vormen van de banen van de Zon en de planeten. Deze sterren werden gegroepeerd tot sterrenbeelden - van Ram tot Vissen. Ze dienden in de oudheid als plaatsbepaling voor de positie van de planeten.
Mercurius, Venus, Mars en Jupiter zijn stuk voor stuk altijd helderder dan de meeste sterren; alleen Saturnus valt niet direct op. Uranus, Neptunus en Pluto zijn met het blote oog niet te zien, ze zijn de laatste 200 jaar met de telescoop ontdekt.
Een aantal sterrenbeelden van de dierenriem zoals de Leeuw en de Stier zijn gemakkelijk aan de hemel te vinden. Andere zijn veel minder helder of bij ons in Nederland heel moeilijk te zien omdat ze altijd laag aan de hemel staan.

STERRENBEELDEN  EN  ASTROLOGISCHE  TEKENS
De sterrenbeelden die de achtergrond vormen van de planetenbanen vormen een cirkel om ons heen van 360°. Voor een precieze plaatsbepaling zijn de sterrenbeelden echter niet zo geschikt. Ze zijn niet even groot en hier en daar overlappen ze elkaar zelfs.
Daarom vonden de Babyloniers rond 500 voor Christus de astrologische dierenriem uit. Uitgangspunt daarbij zijn niet de achterliggende sterrenbeelden maar de Zonnebaan zelf.
Ze deelden deze cirkel op in 12 precies gelijke stukken van elk 30°. Deze stukken van 30° werden 'tekens' genoemd en ze kregen de namen van de sterrenbeelden die er destijds min of meer in de buurt lagen. Deze cirkel kreeg ook een vast beginpunt: het teken Ram. Het begin van dit teken - 0° Ram - is het punt aan de hemel waar de Zon staat als hij op 21 maart precies boven de evenaar staat. Op dat moment begint bij ons de lente, vandaar dat dit punt ook Lentepunt wordt genoemd.
Deze astrologische of 'tropische' dierenriem heeft dus niets te maken met de posities van de achterliggende sterren.
Het is daarom van groot belang om de astrologische of 'tropische' dierenriem van 12 gelijke tekens te onderscheiden van de 'siderische' van de sterrenbeelden .
Door de veranderende stand van de aardas verschuiven de achterliggende sterrenbeelden geleidelijk ten opzichte van het punt 0° Ram. De twee dierenriemen dekken elkaar niet meer. Verwarrend is, dat ze precies dezelfde naam hebben.
Astronomen hebben dit feit nogal eens aangegrepen om 'te bewijzen' dat astrologie onzin is. De meeste astronomen hebben zich namelijk zelf nooit verdiept in de principes waarop de astrologie is gebaseerd.

DE  ASTROLOGISCHE  TEKENS
Stel, je bent een Ram en je wilt je sterrenbeeld aan de hemel zoeken. In de eerste plaats moet dat in het najaar doen als dit sterrenbeeld 's-nachts aan de hemel staat. Je bent immers geboren 'met de Zon in het teken Ram'. Als de Zon op die plaats aan de hemel staat is het sterrenbeeld natuurlijk onzichtbaar.
In de tweede plaats moet je je realiseren welke dierenriem je bedoelt. Door de verschuiving van het Lentepunt ten opzichte van de achterliggende sterrenbeelden staat de Zon op je verjaardag niet in het sterrenbeeld van de Ram maar in dat van de Vissen. In de 2500 jaar sinds de uitvinding van de astrologische dierenriem is de hele zaak één sterrenbeeld verschoven.
Ben je nu een Ram of een Vis?
Een Ram natuurlijk. Je sterrenbeeld is je Zonne-teken. Zoals gezegd heeft astrologie niets met sterren te maken maar met onze plaats op aarde in verhouding tot het zonnestelsel: de Zon en de planeten.

ASTROLOGIE  GAAT  OVER  HET  LEVEN  OP  AARDE
De Zon doorloopt in een jaar de hele dierenriem. Hij staat ongeveer een maand in elk van de 12 tekens. De betekenissen van de tekens zijn afgeleid van de stand van de Zon in de vier seizoenen. Elk teken stelt een fase voor, een groeistadium, met een heel eigen sfeer en uitingen. Elk teken vertegenwoordigt een heel eigen wereld.
Als je in het voorjaar geboren bent draag je iets van de onstuimigheid (Ram), de kracht (Stier) en de beweeglijkheid (Tweelingen) van de lente in je mee - de drie stadia waarin de lente zich ontplooit. Elk van de vier seizoenen heeft een eigen kwaliteit die in de astrologische tekens tot uitdrukking komt. Je sterrenbeeld - het teken waaronder je geboren bent - is dus je Zonneteken.
De 12 tekens van de dierenriem zijn heel goed bruikbaar om het verloop van allerlei processen te beschrijven. Elk proces begint bij de Ram. Ram is de geboorte, het begin, het initiatief, het idee. Stier concretiseert het; Tweelingen past het toe en ontdekt er voors en tegens aan; in de Kreeft-fase wordt de ontwikkeling ingebed in zorg en toewijding.
Elke fase bouwt voort op de vorige, maar voegt ook iets toe. Aan het slot van de cyclus zorgen Steenbok, Waterman en Vissen voor een goede afloop zodat de essentie behouden blijft en ruimte kan worden gemaakt voor een nieuw begin in een nieuwe Ram-fase.
Niet alleen hoe een idee rijpt en zich verwerkelijkt, maar ook de vier levensfasen van de mens weerspiegelen zich in de tocht van de Zon door de tekens: jeugd, jong volwassene, middelbare leeftijd en ouderdom; de vier seizoenen van mens zijn.
Jupiter-achtige of gasplaneten: Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. De gas planeten bestaan hoofdzakelijk uit waterstof en helium en hebben een lage dichtheid, draaien snel om hun as, hebben een dikke atmosfeer, ringen en veel manen. Pluto is een geval apart - deze planeet bestaat waarschijnlijk hoofdzakelijk uit ijs.

Naar positie ten opzichte van de Zon:
Binnenplaneten: Mercurius, Venus, Aarde, Mars
Buitenplaneten: Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus, Pluto. De planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter vormt de grens tussen de binnen- en de buitenplaneten. De benaming 'buitenplaneten' wordt echter ook wel gebruikt voor de planeten 'voorbij Saturnus'; de buitenste van de klassieke planeten.

Naar positie ten opzichte van de Aarde:
Binnenplaneten: Mercurius en Venus. Ze staan dichter bij de Zon dan de Aarde. Daarom vertonen ze net als de Maan schijngestalten of fasen. Ze staan altijd dicht bij de Zon en kunnen ook voor de Zon langs lopen.
Buitenplaneten: vanaf Mars t/m Pluto. Ze staan verder weg van de Zon dan de aarde en zijn daardoor altijd 'vol'. Ze zijn het beste zichtbaar als ze tegenover de Zon staan - dus een oppositie vormen.
De planeten t/m Saturnus worden ook wel de klassieke planeten genoemd; Uranus, Neptunus en Pluto de moderne planeten: ze zijn relaltief kort geleden ontdekt en alleen zichtbaar met de telescoop.

Astrologisch: naar functie en psychologische kenmerken:
Naast de Latijnse is hier ook de Griekse naam gegeven.

1. De Persoonlijke Planeten Mercurius, Venus en Mars
Mercurius - Hermes, de Boodschapper der Goden
Venus - Aphrodite, godin van de Liefde
Mars - Ares, de god van Strijd en Conflict
2. De Maatschappelijke Planeten Jupiter en Saturnus
Jupiter - Zeus, de god van geluk en ontplooiing
Saturnus - Kronos, de god van tijd en verantwoordelijkheid
3. De Mysterie Planeten Uranus, Neptunus en Pluto
Uranus - Oeranos, de god van oorspronkelijkheid en vrijheid
Neptunus - Poseidon, de god van vervolmaking en vervulling
Pluto - Hades, de god van de onderwereld en transformatie

klik hieronder door naar de volgende bladzijde
DE  MELKWEG  EN  HET  HEELAL
De Zon is een ster - één van de miljarden sterren in een verzameling sterren die we het melkwegstelsel noemen.
Van dergelijke sterrenstelsels bestaan er in het heelal ook weer miljarden.
De nachtelijke sterrenhemel bestaat uit de sterren van ons eigen melkwegstelsel.
Andere stelsels zijn hier en daar als kleine vlekjes of 'nevels' te zien, zoals de bekende Andromeda nevel, een stelsel dat veel op de melkweg lijkt. Een  platte schijf met spiraalvormige armen.
De Zon, onze ster, bevindt zich in één van dergelijke armen, een beetje aan de rand van het melkwegstel.
Als je vanaf hier 'naar binnen' kijkt zie je uiteraard geen ronde schijf. Je kijkt tegen de zijkant aan van zeg, een munt. Wat je ziet is de rand.
Op een heldere nacht kun je deze rand als een brede melkwitte band duidelijk zien: de melkweg of 'Via Galactica'.
DE AFSTANDEN IN HET ZONNESTELSEL
Als je het zonnestelsel met een factor 1 miljard zou verkleinen, heeft de aarde een doorsnee van 1,3 cm - de omvang van een druif. De Maan staat er 30 centimeter vandaan. De Zon is 1,5 meter in doorsnee en ligt een straatlengte - 150 meter - van de aarde verwijderd. Jupiter heeft een doorsnede van 15 cm (een sinaasappel) die op 750 meter van de Zon te vinden is. Op 1,5 km ligt een iets kleinere sinaasappel die Saturnus heet. Voor Uranus en Neptunus loont het de moeite om de fiets te pakken: twee citroenen op respectievelijk 3 en 4,5 kilometer afstand. Op deze schaal is de mens zo groot als een atoom. De dichtstbijzijnde ster staat op 40 duizend kilometer afstand.
PLANETEN  ZIJN  DWAALSTERREN
De tekeningen op deze pagina tonen het zonnestelsel alsof je er ergens schuin boven in de ruimte zweeft en alsof de banen zichtbaar zouden zijn.
In werkelijkheid zou je op die plek de helder stralende Zon zien en miljoenen lichtpuntjes: de sterren.
Je zou goed moeten kijken om hier en daar een wat helderder lichtpuntje te ontwaren. Of dat een heldere ster is zoals Antares, Spica of Sirius of bijvoorbeeld één van de grotere planeten zou je zo niet kunnen zeggen.
het zonnestelsel
tegen de achtergrond van het heelal
INDELING VAN DE PLANETEN
Elk van de planeten stelt een heel eigen wereld voor, ze zijn uniek. Toch worden ze traditioneel op verschillende manieren ingedeeld in categorieën. De belangrijkste categorieën zijn:

Naar grootte:
kleine planeten zijn Mercurius, Venus, Aarde, Mars en Pluto met een doorsnede van minder dan 13.000 kilometer; reuzenplaneten zijn Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus met een diameter van meer dan 48.000 kilometer.

Naar samenstelling:
Aarde-achtige planeten: Mercurius, Venus, Aarde en Mars.
Deze bestaan hoofdzakelijk uit gesteenten en metalen. Ze hebben een grote dichtheid, draaien langzaam, een vast oppervlak, geen ringen en weinig of geen manen.
fotomontage
alle  planeten (en de Aarde met de Maan) tot en met Uranus
Web site ©  2000/2013 Inspiratie / Jan de Graaf. Alle rechten voorbehouden
Niets van dit document mag worden verveelvoudigd, overgenomen of overgeseind zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Jan de Graaf

Web site © 2000/2013
Inspiratie / Jan de Graaf. All rights reserved.
No part of this document may be reproduced, copied or transmitted in any form without the prior written permission from Jan de Graaf.




[ INHOUD  en  Introductie   Kosmologie overzicht 18 pagina's
Of klik door naar de pagina's voor elk van de planeten afzonderlijk:
[ Zon ]   [ Maan ]   [ Aarde ]   [ Mercurius ]   [ Venus  ]   [ Mars ]
[ Jupiter  ]   [ Saturnus  ]   [ Uranus ]   [ Neptunus  ]   [ Pluto ]

Wat zijn je  Kernkwaliteiten ?
blz
1.  INHOUD KOSMOLOGIE
2.  INTRODUCTIE   &   EXPRESS  TOER
3.  OVERZICHT  VAN  HET  ZONNESTELSEL
4.  GENESIS:  HET ONTSTAAN  VAN  HEMEL  EN  AARDE
5.  DE  VIER  HOEKEN  VAN  DE  WERELD
6.  DE NACHTHEMEL:  PLANETEN  EN  STERRENBEELDEN  
7.  PLANETEN  ALS  ARCHETYPEN  EN  PERSOONLIJKHEDEN
blz 8 t/m 18: de planeten - zie hieronder
_____________________________________________________________________________________________________________________________
e s s e n c e  college  -  een rondgang door de astronomie, de mythologie en de psychologie van de kosmos
VERDER  BLADEREN:

Jan de Graaf
[ boeken ]
[ consult praktijk ]
[ astrologie plein ]
[ kosmologie ]
[ maankalender ]
[ home ]

essence college:
[ link naar de website van essence ]
VERDER  BLADEREN:

Jan de Graaf
[ boeken ]
[ consult praktijk ]
[ astrologie plein ]
[ kosmologie ]
[ maankalender ]
[ home ]

essence college:
[ link naar de website van essence ]
wormhole voor een hyperjump naar 4/18