EN VERDER ....
WE ZIJN AL IN HET PARADIJS
EN WE KUNNEN OOK AL TOVEREN ...
Eens kwam een man bij toeval in het paradijs terecht.
Hij was moe en stoffig van het lopen en hij liet zich dus met een zucht van verlichting neer in de schaduw van een mooie, grote boom. Dat was de Kalpa-boom, waarvan gezegd wordt dat hij al je gedachten waar maakt als je je onder zijn kruin bevindt.
'Ik heb dorst' dacht de man. 'Ik zou best wat willen drinken'. En hopla, voor hem op de grond stond plotseling een kruik met koel helder bronwater. De man was verbaasd, aarzelde eerst maar dronk tenslotte naar hartelust.
Terwijl hij zijn snor afveegde dacht hij: 'mm, een flinke maaltijd zou er ook wel ingaan ...' en ja hoor, er spreidde zich een laken en achter elkaar verschenen daarop de heerlijkste spijzen. Zodra hij aan iets lekkers dacht, stond het er. Hij at zijn buikje rond.
Toen zijn ergste honger gestild was, begon hij zich onder het kluiven en kauwen en happen zorgen te maken.
'Toch wel een rare boel hier', dacht hij. 'Nee, het is hier niet pluis. Dit moet hekserij zijn. Zo dadelijk komen er misschien wel enge monsters tevoorschijn!' Angstig keek hij om zich heen.
En ja, daar had je 't al. Twee hele enge monsters verschenen als bij toverslag vlak voor zijn neus. 'Ojee' dacht de man, 'die gaan me natuurlijk opvreten ...'
(Uit: 'de Hemel heeft Voeten in de Aarde' - astrologie als persoonlijk en spiritueel pad door Jan de Graaf)