Onze inwijding in het rijk van de godin gaat niet vanzelf. Uit onze verdrongen kwaadaardigheid putten we tenslotte de kracht en de wijsheid van de rijpere ziel, die speelsheid kan combineren met ernst; die de vier soorten leugens kent en de acht halve waarheden. Want humor is de kunst die uitdrukking geeft aan de ironie van het lot.
Humor is het enig denkbare antwoord op het kwaad en onze grootste les: het leven is niet persé rechtvaardig, vaak onredelijk en beslist niet altijd zinvol. Dit inzicht kan ook de clown in onszelf bevrijden.
Hermetisch zwart nodigt uit tot vertrouwen op je intuïtie
Het verborgen gezicht van de Maan is haar intuïtieve kant. In het diepste duister van de ziel heb je niets meer aan je ogen, je visie. Je vindt hier op de tast je weg; je moet leren voelen en bovendien leren vertrouwen op je gevoel. Vertrouwen is immers blind; een sprong in het diepe van het bestaan.
Als je niet leert om dit vertrouwen in het leven terug te vinden ben je angstig, gespannen, voortdurend op je hoede; zelfs bij de traditioneel meest stabiele positie van de Maan: verhoogd in Stier. Want in dat geval zijn verdraagzaamheid en gemakzucht valkuilen - je laat veel teveel over je kant gaan zodat onrust alsnog je deel is.
Bovendien, de Maan mag dan wel de Koningin van de Nacht zijn; de nacht zelf kent haar eigen geheimen. In het duister sluipen beangstigende schaduwen rond. Dit zijn de kinderen van Nix, de nacht, waartoe ook de nachtmerrie behoort. Ze werden ooit geschilderd op antieke vazen of gekerfd in muren; een woedende horde Wrekers en Furiën; gestalten die ons ook nu nog kunnen belagen met wroeging, angst, schaamte, beschuldigende vingers, knagende pijn, rouw, ondraaglijke smart.
Als tijdens nieuwe Maan een verduistering plaats vindt valt de schaduw van de Maan op aarde en krijgen de duistere nachtwezens helemaal de kans om zich op aarde te nestelen. De nacht is angstig en gevaarlijk. We zetten de fietsen binnen en doen de deur op slot. Een flinke slok of pillen moeten in het ergste geval voor slaap en vergetelheid zorgen.
Ook de duistere aspecten van de Maan vind je terug in teken en huis waarin je Maan in je radix staat. Elk teken kent excessen, vervormingen, overdrijvingen - en de Maan gaat daar heel gemakkelijk mee aan de haal.
Tijdens angstige perioden in je leven kom je de kracht van je verbeelding tegen; de angstfantasieën die het Maanbewustzijn voor je in petto heeft, de onzekerheid, onrust of in een diepe crisis, de aan hysterie grenzende, knagende afgunst, hebzucht, wrok.
Waar je Maan ook staat, je leert van haar tegen heug en meug geduld en opnamevermogen: niet overspoeld worden door emoties maar er ook niet van weglopen. Deze zwarte kant van je radix Maan kom je uiteraard tegen als je problemen aan het verwerken bent - in dromen, tijdens slapeloze nachten.
De linkerhand van het duister
De nacht is belangrijk. Zonder die donkere uren waarin we ons aan haar kunnen overgeven houden we het leven niet vol. We hebben een veilige kamer nodig, een ruimte waarin we, woelend in ons bed, dromend en soms wartaal pratend tot onszelf kunnen komen.
Gedurende de nacht zijn we, of we het willen of niet, geen kinderen van het licht maar aanbidders van het duister. Het licht van bewustzijn is wakker, alert, aanwezig; we kijken en we worden gezien. Dit dagbewustzijn trekken we aan als we fris gewassen de deur uitstappen. Het maakt deel uit van onze publieke gestalte. We zijn helder maar ook strak, in de publieke ruimte moet je jezelf immers gedragen.
Als we thuiskomen leggen we dit strakke pak weer af, we ontspannen, betreden het domein van de Maan, ons veilige thuis. Ons nachtbewustzijn is voelend, intuïtief, persoonlijk. Het is verbonden met de rechter hersenhelft die de linkerkant van ons lichaam stuurt; onze linksheid, openheid. De kant die onhandig is, maar goed in verbeelding.
Als we door de dromerige ogen van onze linkerkant naar de wereld kijken zien we overal wonderen en zijn we dus vol verwondering.
's-Nachts bereizen we langs een zilveren droomkoord de astrale wereld. We komen terug met verhalen die we ons maar half kunnen herinneren. Een groot deel van ons leven kennen we zodoende op zijn best maar half. Toch is de nacht de helft van de schepping.
De zwarte nacht van de ziel
De nacht heeft een helende kant. De Egyptische godin Nut buigt haar met sterren bezaaide lichaam beschermend over de aarde. Onder zo'n moederlijke hemel voel je jezelf meteen thuis. De helende kant van de godin Nix, de nacht, zie je ook in het beeld van haar donkere vleugels die zich over de wereld vouwen.
Als je jong bent is de slaap gewoon vergetelheid; je stort je moeiteloos in haar diepe omarming. Beschermende engelen staan rond het bed; om je mond ligt een onschuldige glimlach. Zelfs je dromen helpen je om niet wakker te worden; gehypnotiseerd beleef je de film opnieuw, maar alleen flarden blijven hangen. Het was Freud die zei, dat de functie van dromen is om de slaap te beschermen.
Maar, in moeilijke tijden en zeker naarmate je ouder wordt, komen de onzichtbare kinderen van de nacht tevoorschijn. Ze kunnen onze gedachtewereld in een hel veranderen; een binnenwereld waarin luide stemmen te horen zijn die onzeker maken, die honen, die angstfantasieën voortoveren, die razen en tieren en geen draad van je heel laten.
De kinderen van de nacht, het gebroed van de godin Nix, zijn archetypische krachten die ons wakker houden omdat ze gehoord willen worden. Wakker in het holst van de nacht, alleen en in het donker, staren we met wijdopen ogen naar onze eigen Schaduw.
Hier zijn pillen tegen. Er is namelijk moed nodig om de confrontatie aan te gaan, te luisteren, aanwezig te blijven en niet in fantasieën te verdwijnen. Angst vergroot; voelen nuanceert en verkleint. Verwerken, dragen, verteren vraagt tijd. Als iemand luistert kunnen angstige en nijdige gedachten door een bedarende innerlijke stem worden gesust.
De vraag rijst: wie is er eigenlijk de baas van binnen?