HADES EN PERSEFONE - gezanten van het tijdloze en onmetelijke
In dit artikel wil ik onderzoeken hoe je met Pluto om kunt gaan zonder in het goedkope idealisme van Jupiter te verzanden. Ook de wereldvreemde waarheden van Uranus en de roze idealen van Neptunus wil ik vermijden.
Laten we eerst eens naar de astronomische Pluto kijken om de gedachten te bepalen.
Pluto bezit een naar verhouding bijzonder grote Maan (half zo groot als Pluto zelf en ontdekt in 1978). Deze Maan werd Charon genoemd; de veerman die je in zijn bootje over de Styx (de Rivier der Vergetelheid) zet op je tocht naar Hades, de onderwereld. De oude Grieken kregen daarom bij hun uitvaart een muntje in de mond gestopt om de veerman te kunnen betalen.
Pluto en Charon vormen een dubbelplaneet; een stelsel van twee planeten die voortdurend met hun gezichten naar elkaar toegekeerd rond een gezamenlijk zwaartepunt draaien; net zoals de Aarde en de Maan dat doen. Interessant als je dit vergelijkt met de mythologische Pluto die altijd zij aan zij wordt afgebeeld met zijn gemalin Persephone.
Zou dit niet een betere naam geweest zijn dan Charon?
Van de gigantisch grote gasreuzen, Uranus bijvoorbeeld, is het niet zo moeilijk om je voor te stellen dat ze ingrijpende en verstrekkende ervaringen brengen. Maar dit kleine, ijskoude opdondertje - kleiner dan Mercurius en zelfs kleiner dan onze Maan? Er is nog steeds discussie gaande of hij wel tot de planeten moet worden gerekend.
Hij bevindt zich in de donkere regionen aan de rand van het Zonnestelsel; het overgangsgebied naar het heelal. Voorbij Pluto vind je alleen nog de 'wolken' van brokken ijs en rots in de zogenaamde Kuiper-gordel en, nog verder, de 'Oort-wolk'. Dit zijn de leveranciers van kometen.
Ik zie Pluto dan ook als een vertegenwoordiger van 'de diepte' - de onvoorstelbare uitgestrektheid van het heelal; daar waar de menselijke maat verdwijnt in het tijdloze en onmetelijke.
Praten over de uiteindelijke dingen
Praten over transformatie, het leven na de dood? Het helpt bitter weinig om iemand met een Pluto-transit lastig te vallen met de vogel Phoenix of iets dergelijks. Die vogel is weliswaar uit zijn as herrezen, maar heeft wel eerst in de fik gestaan. Vraag eerst eens aan een paar ervaringsdeskundigen - bijvoorbeeld de overlevenden van de ramp in Volendam - hoe dat is.
Er valt bij een naderende transit ook vrij weinig te voorspellen. Velen hebben een Pluto over Zon of Maan zonder noemenswaardige gebeurtenissen overleefd. Als je doorvraagt vind je wel wat, maar niet altijd iets spectaculairs. Bovendien, niet alleen Pluto is lotsbepalend. En er bestaat ook nog zoiets als een collectief lot.
Waar je Pluto te individueel maakt - jij moet leren, een diepere zin doorgronden, transformeren - introduceer je (mogelijk ongewild en ongemerkt) het thema schuld en boete. Daar gaat niet Pluto, maar Saturnus over. Karma; rekenschap afleggen over vorige levens; Akasha Kronieken, lesjes leren, goed of slecht, angst te falen, kiezen - Saturnus smult ervan.
Pluto, die over Hades heerst, bewaart vóór alles een Geheim. Wij hebben fantasieën over hemel en hel, een leven na de dood; over het Grote Niets misschien. De Waarheid zullen wij pas weten als wij zijn overgaan. Behalve natuurlijk als dan inderdaad gewoon (floep!) het licht uitgaat.
Praten met de angst helpt wel
Als Pluto aanwezig is geeft dat een ongemakkelijk gevoel. Je komt oog in oog met het lot; en wat je ook in het bijzijn van deze groene verschrikking zegt, zal al gauw klinken als loos gepraat.
Als astroloog is het in zo'n geval goed de rollen om te draaien. Een luisterend oor te worden. Zo kom je wat te weten.
Wie is het in je, die zich met Pluto kan verstaan? Het deel in je dat onverschrokken genoeg is, dat niet wegloopt, de pijn niet verdoezelt, de pil niet wil vergulden. Die gewoon zijn mond kan houden en er bij kan zijn, zwijgend, geduldig. Die je zonder oordeel en zonder mooie woorden laat praten over je verstikkende angst, het zwarte gat, het grote niets. Die samen met jou de vaalgroene doodsangst aan wil zien.
Mijn zusje Tilly stierf ongelovig, angstig, maar nieuwsgierig. Ze kreeg nog een half jaar van de dokter - en begon meteen tot over het graf alles tot in de puntjes voor haar familie te regelen. Intussen las ze veel - maar vond niet wat ze zocht. Ze had terugkerende dromen; vol kleuren en een soort licht dat verdween als ze er naar keek.
Ze was er niet van overtuigd dat dit iets bijzonders kon zijn, hoewel het haar vredig stemde. Mijn bemoedigende, joviale Boogschuttermaan stond met de mond vol tanden tegenover haar, door Saturnus onderkoelde, sceptische Tweelingenzon.
Wat doe je als er geen hoop meer is, alleen deze zekerheid?
Gewoon, zoals zij, met open vizier de dood tegemoet gaan, er openlijk over praten, grapjes maken, dan weer huilen in radeloos verdriet, omdat je dat speciale kleinkind niet meer zult meemaken. Van haar leerde ik dat het mogelijk is om onverschrokken de dood onder ogen te zien. Bereid te zijn om het meest dierbare los te laten. Elke illusie dat doodgaan een hoger doel dient, laten varen. Inzien dat de dood een ondoorgrondelijk mysterie is.
Ik heb haar gezegd, dat ik hoop ooit dezelfde kracht en moed op te kunnen brengen. Als mijn tijd gekomen is, zal zij voor mij een voorbeeld zijn. ls