Naar verluidt was het bij mijn geboorte bitter koud. IJsbloemen op de ramen. Snorrende kachels, gestookt met anthraciet, briketten, eierkolen - maar ook met kranten vol nieuws over de nakende oorlog. Borstrokken en Oorwarmers bepaalden het straatbeeld.
Aan de hemel rees Venus flonkerend in het oosten, terwijl aardeschudder Poseidon in de Maagd zijn bed opzocht.
'Je hebt Venus in Vissen in je Ascendent' zei mijn eerste astroloog, terwijl hij me veelbetekend aankeek. 'En ook nog een oppositie met Neptunus'. Veel wijzer dan dit ben ik niet van hem geworden. 'Wees voorzichtig met je gevoelens' zei veel later een tweede. Een derde voegde daar aan toe: 'Venus in Vissen staat verhoogd en Neptunus in val in zeven; je zult veel liefdes kennen maar een gelukkig huwelijk is niet voor je weggelegd'.
Nog weer later sprak Karen Hamaker tot me via haar boeken. Mijn Venus in het waterteken Vissen blijkt ook nog tot mijn inferieure functie te behoren. Dat vond Venus niet leuk om te horen, maar het heeft me nog het meest geholpen om wat van mezelf te begrijpen.
Wat heb ik van Venus geleerd? 1995 bleek een goed jaar om de balans op te maken. Venus kreeg gezelschap. De oude Izengrim Saturnus voerde aan de hemel een innig dansje met haar uit. De ijsbloemen bloeiden weer, maar ook de herinneringen, half vergeten beelden, passies en verlangens. Echter: mijn Vissen-Venus houdt van verbergen. Het stelt haar gerust als ik beloof niet alles prijs te geven. Wat dan wel? Kiezen is ook niet haar sterkste kant, dat is me in de liefde wel gebleken.
Een veelheid aan onderwerpen dringt zich op. Venus gaat over liefde, geld en mooie dingen en heerst over mijn tweede huis. Mijn boekhouding is voor het eerst van mijn leven niet meer achterstallig. Ik heb een huis gekocht. Mijn relatie met mijn romantische Weegschaal Cora is stabieler dan ooit - geloof ik. In mijn praktijk heb ik nog nooit zoveel mannen gezien met relatieproblemen. Het herschrijven van de Astro Cards en het maken van een uitgebreide handleiding voor kaartleggen en horoscoopduiding vordert gestaag.
'Bah', gaapt Venus, 'boring, man, boring. Where is the romance?' Ik heb in Florida in het water, mijn 'inferieure' element, gezwommen met dolfijnen en bij een heilige bron oermoeder aarde ontmoet. Maar daarover wil Venus niet veel kwijt. Trouwens, Mercurius zou niet weten hoe hij dat op papier moest krijgen. De toverwereld dan? Vooruit.
de tovertuin
Mijn toverwereld wordt niet zoals die van Odysseus bevolkt met Lotuseters, Laestrigonen en eenogige Cyclopen. In mijn geval tovert de woeste Poseidon mij ongekende schoonheid voor om het daarna weer af te nemen.
Veel vrouwen ja, maar ook kleuren, vormen, gebaren, lichtval, de volmaakte humor in een grap.
Jarenlang ben ik op zoek geweest naar een gedicht, waarvan ik maar één regel kende: 'the splendour in the grass'. Mijn fascinatie met die regel bleek al zoekend diepe wortels te hebben.
Toen ik vijf was zag ik, wandelend aan de hand van mijn vader, hoe groen het gras was. 'Ja jongen, gras is groen' zei hij afwezig en trok me mee. 'Zo groen' loopt sindsdien via bezetenheid met fotografie en half afgemaakte schilderijen als een rode draad door mijn leven.
In Santa Cruz, een klein stadje in Californië, zei een boekverkoper het gedicht zonder aarzelen helemaal voor me op. Op dat moment herinnerde ik me plotseling, waar en wanneer ik er voor het eerst mee in aanraking kwam. Na bijna dertig jaar vielen de muntjes en begon een kaleidoscoop te draaien.
Ik moet 16 geweest zijn. In de bioscoop ging het licht uit voor de film 'East of Eden' met James Dean in de hoofdrol. Als intro verschenen deze regels op het scherm:
'though nothing can bring back the hour
of splendour in the grass
of glory in the flower' Henry Wordsworth - Odes
Van de film herinner ik me nog steeds niets - en zelfs 'the glory in the flower' was niet blijven hangen. Ik herinner me wel, dat ik rond die tijd een duidelijker onderscheid ben gaan maken tussen mijn twee werelden. Ik moest een bril. Bril op of af geeft een zekere mate van controle: ik kon sindsdien schakelen.
Dat gaat zo. Laatst zat ik met mijn Ierse vriendin en collega Zelda ergens te eten. Achter haar ontwaarde ik een fiere maagd met korenschoven in haar armen die zingend door de Ierse Zee liep te waden. Zij zag niks bijzonders. Een abstract wandkleed, dat was alles wat er te ontwaren viel. Toen ik mijn bril opzette, zag ik het ook. Jammer, pijnlijk vaak, dat mijn tovertuin zo privé is dat ik hem met niemand kan delen.
Zestien, zeventien was ook de tijd van 'Cool' West Coast jazz; mijn eerste 45 toeren plaatjes; Chet Baker, Lee Konitz, Gerry Mulligan, Bud Shank - en helemaal in vervoering door het nummer - 'the thrill is gone'. Ik fluit het, zo vals als ik kan, nog steeds als de magie verdwenen is en het licht koud en vaal en lukraak door de straten valt. Zelfs mijn bril afzetten helpt dan niet.
de dames in de media
De transit van Saturnus zette ook andere lasten en geneugten van mijn Venus in perspectief. Ik noem er twee:
de polarisatie tussen mannelijke en vrouwelijke energie, die een bijna leeg
middengebied doet ontstaan.
En mijn geworstel met de dames in de media.
Nieuws is voor mij geen vermaak; ik wil gewoon zakelijk geïnformeerd worden. Mooie meiden die guitig doen terwijl ze feiten communiceren leiden alleen maar af. Maartje van Wegen is leuk om naar te kijken, maar eigenlijk volkomen ongeschikt om mij ingewikkelde dingen uit te leggen.
Als Pia Dijkstra het 8-uur journaal doet, heb ik de grootste moeite om te volgen wat ze zegt. Geheel in haar ban kijk ik naar haar blauwe ogen, die ietsje scheef staan, dan weer naar haar mond. En als ze dan ook nog guitig gaat lachen of met haar hoofd beweegt, hoor ik alleen nog maar klanken. Als ik niet kijk en alleen maar luister gaat het beter. Gedurende menig journaal heb ik dapper geprobeerd zowel te kijken en te luisteren, maar het lukt me niet. Als Dieuwertje Blok Ontbijt-tv presenteert gebeurt hetzelfde. Cora schamperde laatst: 'jij gaat met Pia naar bed en je staat met Dieuwertje op' - vandaar de titel van dit stukje. Zij heeft er geen last van, ook niet met mannelijke presentatoren.
Natuurlijk spelen ook andere zaken een rol. Televisie is eigenlijk gesanctioneerd voyeurisme. De camera brengt je veel dichterbij dan in normaal intermenselijk contact betamelijk is. Bovendien kom ik uit 'radio times'. Je blik op half zeven terwijl Meester G.B.J. Hilterman, directeur van de wereld, de toestand bij de Haagsche Post bespreekt. Wie met een krant ritselde, werd bestraffend aangekeken of kreeg een nijdig 'ssssst' over zich heen.
Nieuws is een Stem. Als tijdens een gesprek de radio aanstaat en een Stem het gejengel en geneuzel onderbreekt, wordt mijn gesprekspartner automatisch stoorzender. Twéé stemmen brengen me in verwarring. Het verbaast me hoe sommige mensen dwars door de nieuwsberichten heen kunnen praten. Zoals ik een dwangmatig lezer ben - zelfs de tekst op een blik doperwten kan mij boeien - zo ben ik ook een dwangmatig luisteraar. In de auto heb ik, met een verstrooide blik in mijn ogen, het stemvolume van mijn passagier wel eens proberen op te draaien via de autoradio.
het lege midden
Het middenregister is het bijna lege gebied tussen man en vrouw. Mannen zingen een toontje lager wanneer er vrouwen in de buurt zijn. De hoogte van onze stem is echter voor een belangrijk deel door de cultuur bepaald. Een man waagt zich met zijn stem niet in het middenregister, laat staan in de hogere regionen, op straffe van voor mietje versleten te worden. Geïnspireerd door mijn sterke Venus ben ik daarmee gaan experimenteren. Ik ben nog steeds op zoek naar een voor mij aanvaardbaar niveau van rondere gebaren, hoffelijkheid en vriendelijkheid; precies die dingen die ik in vrouwen zo bewonder. Via therapeutisch werk, waaronder Voice Dialogue, ken ik de verschillende stemmen van mijn planeten. Die van mijn gelijk is heel anders dan die van mijn gespeelde onschuld; mijn Saturnus is zowat een bas.
Welke stem heeft mijn Venus? Als zij aanwezig is, zit er iets flemends in mijn strot, mijn aaibaarheidsfactor gaat wel 10 punten omhoog en voor ik het weet komt Saturnus tussenbeide. Hij zou nooit toestaan, dat ik me net als de schrijver Maarten 't Hart in vrouwenkleren zou hullen. Eigenlijk zou ik wel in de 18e eeuw willen wonen, toen Musketiers zowel kanten kragen droegen als ellenlange degens en zowel zwierige dansen en verheven gedichten op hun repertoire hadden als een stevig robbertje vechten in de kroeg.
© 1995 Jan de Graaf