Welke keuzes zijn er?
Wie heeft het tenslotte voor het zeggen in je leven? Waar identificeer je je mee? De verantwoordelijkheid en de serieuze, kritische autoriteit van Saturnus? De speelse, creatieve en zelfbewuste energie van de Zon? Van teveel Zon ga je naast je schoenen lopen - de Zonnekoning Lodewijk de 14e is daarvan een voorbeeld.
Van teveel Saturnus wordt je kundig en beheerst, maar ook strikt, rechtlijnig en waarschijnlijk nogal sacherijnig. De kunst is natuurlijk om tussen deze beide uitersten door te laveren. Hoe combineer je het ludieke van de Zon met de ernst, de behoefte aan spelregels en structuur van Saturnus?
Zonnekoning en Spelbreker
De astrologische manier om dergelijke vraagstukken op te lossen is er omheen draaien. Je maakt een denkbeeldig medicijnwiel, een magische cirkel, een horoscoop. Dit is het traject van een meditatieve wandeling waarin je steeds vanaf een andere standpunt - een ander huis - naar de puzzelstukken kunnen kijken.
Als we de top van de cirkel naar het zuiden laten wijzen (het MC) is dat de archetypische plek van Saturnus en het 10e huis. Hier kun je het sterkst ervaren hoe het is om aan de top te staan. Pal ertegenover ligt het huis van moeder Maan; daarnaast dat van de Zon - het 5e - met vermaak, competitie, winnen of verliezen, applaus en erkenning als kernbegrippen. Als je even doorloopt kun je daar beleven hoe dat voelt. Ook het kind in ons, dat voortdurend 'Mamma kijk-es!' roept, op wil vallen en uit wil blinken hoort bij dit gebied.
De beste willen zijn hoort bij 5; de energie van het 10e identificeert zich sterk met stand en functie - het onaantastbaar maken van een positie. Hier is de angst voelbaar om onderuit gehaald te worden.
Tegenover het 5e ligt het 11e - óók van oudsher een Saturnaal huis al waren we dat na de komst van Uranus even vergeten. In 11 gaat het om saamhorigheid en vriendschap, gezamenlijke belangen, groeps- en partijvorming. Hier moet je rekening leren houden met anderen.
De oppositie tussen het 5e en het 11e huis creëert vanzelf een behoorlijke spanning tussen Saturnus en de Zon. Als je op plek 11 gaat staan en naar al dat speelse en aandachtvragerige gedoe in 5 kijkt, krijg je als vanzelf zin om dat in goede banen te gaan leiden. Zonder regels - en een scheidsrechter - wordt elk spel een grimmige strijd. De ongebreidelde Zonnekoning in 5 krijgt op zijn best feedback en ondersteuning om zichzelf te zijn en niet al te strakke regels om zijn spel te structureren.
In 11 kan ook de kuddegeest overheersen met strakke groepsnormen en leefregels waaraan je je dient te houden. Om erbij te horen moet je je aansluiten bij de grauwe massa.
Het werpen van afkeurende blikken die faalangst opwekken en schuldgevoel creëren is het wapen van Saturnus. Het leek me wel eens leuk om deze beide facetten van Saturnus - de scheidsrechter en de spelbreker - vanuit de positie van het Zonnehuis te bezien. Je innerlijke Saturnus zal dit wel tenenkrullend vinden - zo leer je hem kennen - maar waarschijnlijk krijgt je Zon hier een kick van.
Het leven als spel
Door alles als spel op te vatten en overal je hobby van te maken ontstaat een totaal nieuwe situatie. Hoewel spelen zeker met ernst en toewijding kan gebeuren, zou je zodoende alle Saturnale moeten, plicht, sleur, angst om te verliezen en dwang domweg overboord kunnen zetten. Wat een opluchting!
Al die stemmen en stemmetjes die nu luidkeels beginnen te protesteren dat dit niet kan, dat het leven zo niet in elkaar zit en dat het slecht met me af zal lopen, tonen alleen maar aan wat er in de eeuw van het kind met het kind in ons gebeurd is.
Creativiteit, spontaniteit en speelsheid worden alom geprezen als begerenswaardige eigenschappen. Er zijn zelfs cursussen voor. Toch is spelen ons gewoon aangeboren. Ons hele leven doen we in feite niet anders. Al in de baarmoeder was koppeltje duikelen en kontjes geven ons meest geliefde tijdverdrijf. Niet lang daarna bezorgden lekker ongegeneerd schreeuwen om niks en naar hartelust zuigen, poepen en piesen ons bergen van plezier. Ook later kon onze levendigheid en lichamelijkheid zich vrij uiten in zwieren en draaien, op en neer en heen en weer.
De wip, het klimrek, de zandbak, de schommel en de draaimolen staan model voor Saturnale varianten als gewipt worden, capriolen op de sociale ladder, zandkastelen bouwen in een vast baan, koersschommelingen bijhouden en de tredmolen van negen tot vijf. We kunnen nog steeds een zetje krijgen, een kontje geven, afglijden en in een kringetje ronddraaien. Verder spelen we natuurlijk nog dagelijks vadertje en moedertje, rovertje, tikkertje, diefje met verlos en kiekeboe; terwijl sommigen verslingerd lijken aan een leven lang schaak, stratego, zwarte pieten, hartenjagen of cluedo.
Homo Ludens in de 21e eeuw
Spelen is de aangeboren eigenschap om plezier te hebben in alles wat je doet. Zodra het alleen om de knikkers gaat, is er eigenlijk geen lol meer aan.
Het spelelement in je leven terug brengen betekent elegant kunnen scoren, met zwier winnen en even gracieus verliezen - met tijd over om te dollen. Zo gezien bezit spelen een zekere beschaving en dat klopt weer met de evolutieleer: van oermens tot ludens - hoewel ik denk dat er ludieke Neanderthalers hebben bestaan en ook dat de oermens nog lang niet uitgestorven is.
Spelen is een teken van beschaving, maar het is van groot belang onderscheid te maken tussen de innerlijke en de uiterlijke kant daarvan. Nog steeds willen velen alleen de uiterlijke kenmerken van beschaving verwerven: nietsdoen, baden in luxe en veel vlees eten. Dit waren namelijk van oudsher die zichtbare verworvenheden van de beschaafde, hogere standen.
De verheffing van het volk richtte zich dus op imitatie van dit ideaal: meer vakantie (vacant is ledigheid) en meer verdienen om vlees te kunnen kopen. Toch is algemeen bekend, dat nietsdoen een psychologisch hoogstandje is, gelijk te stellen aan meditatie, dat baden in luxe al gauw gaat vervelen en dat veel vlees eten ongezond is. En nu het ideaal praktisch bereikt is, zie je dus horden Zonaanbidders, in navolging van Lodewijk de Zonnekoning, in de meest eigenaardige speelpakjes enorm hun best doen om gods water over gods akker te laten lopen.
Innerlijke en uiterlijke beschaving
De innerlijke beschaving die aan spelen ten grondslag ligt, heeft natuurlijk niets met Saturnale rangen of standen te maken en ook niet met bekakt praten, uit de hoogte doen en de snob uithangen.
Toch kunnen een aantal verworvenheden van de voortreffelijken - dat is wat aristocratie betekent - ons op het spoor zetten om de kenmerken van innerlijke beschaving te ontdekken. Aristos komt van arêtè: je bent het aan jezelf verplicht om voortreffelijk te zijn; niet voor roem of erkenning, maar vanuit een innerlijke behoefte. Zelfrespect, geloof in je eigen unieke natuur en speelsheid horen daarbij.
Als we ons als een aristocraat gaan gedragen, verandert er uiterlijk niets. Maar, in plaats van lopen, praten, eten, muziek maken en luieren zijn we opeens aan het flaneren, converseren, dineren, musiceren en amuseren. Slapen wordt je te ruste begeven, een griep een lichte ongesteldheid, geen zin hebben een 'je terug trekken in je privé vertrekken' - ook al is dat het veilige muurtje van je krant.
Een van de meest curieuze uitvindingen op het gebied van de innerlijke beschaving komt uit Japan, waar de hogere klassen een speeltaal ontwikkelden - asobase katoba - als uitdrukking van een sublieme, onthechte en hoogstaande levenshouding, gebaseerd op speelsheid. In die taal kon je bijvoorbeeld zeggen: 'ik zie dat je speelt dat je in Tokyo bent' of 'ik merk dat je speelt dat je kwaad bent; of zelfs 'ik hoor, dat je tante speelt dat ze dood is'.
Voorbeelden van spelen
Op het toneel van het leven spelen we verschillende rollen, soms zitten we in een blijspel, soms maken we er een drama van, worden we een speelbal, spelen we met onze gezondheid of staan we buitenspel.
Grofweg zijn spelen te verdelen in drie groepen: solo-, partner- en gezelschapsspelen. Tot de eerste groep behoren lezen, slapen, mediteren, kniezen, mokken en je eenzaam voelen. Uit de tweede en derde groep hier een paar voorbeelden.
Vadertje en moedertje: dit kan met en zonder kinderen gespeeld worden; ieder kan zelfs zijn eigen voordeur houden. Dit blijkt uit het feit dat hiermee verwante, meer seksueel getinte spelen als partnerruil, doktertje en verpleegstertje ook zonder kinderen en gedeelde voordeur mogelijk zijn. Wereldwijd zorgt de kinderrijke variant van dit spel voor overbevolking.
Kiekeboe: is net als verstoppertje gebaseerd op het heerlijke gevoel gezocht en uiteindelijk gevonden te worden: de clou van het spel. Komt ook solo voor: jezelf kwijt raken en weer vinden stoelt op dezelfde dynamiek.
De kiekeboe speler en de zoeker hebben er dikwijls baat bij om de clou zo lang mogelijk uit te stellen. Hilarische varianten ontstaan als de rollen slecht worden verdeeld, zodat twee mensen tegelijkertijd kiekeboe spelen. Twee zoekers komt echter ook voor. Kiekeboe zonder zoeker is tragisch, maar kan gemakkelijk ontstaan als een van beide spelers zich niet aan de regels houdt, de clou vergeet of stopt met zoeken c.q. kiekeboe speelt zonder de partner in te lichten. Niet gevonden worden schijnt sommige mensen een bijzondere bevrediging te geven. Nogal wat godzoekers hebben om die reden de kerk verlaten. Professionele toepassingen vinden we bijvoorbeeld bij het RIAGG; de wetenschap speelt dit spel in het groot met Moeder Natuur.
Cowboytje: dit spel is enigszins verwant aan rovertje, omdat het zonder rovers en beroofden niet gespeeld kan worden. Een belangrijk kenmerk is de aanwezigheid van een sterk rechtvaardigheidsgevoel en een bewonderend publiek, soms bestaande uit slechts één mooie dame. Zowel bij de kleine als bij de groots opgezette vormen die dit spel aan kan nemen ontwikkelt zich een eenzame strijder tegen onrecht, die aanstuurt op een spectaculaire schietpartij in de hoofdstraat. Naast roman- en filmhelden staan bepaalde organisaties (Greenpeace en Amnesty bijvoorbeeld) en hele landen (Amerika) bekend om hun bedrevenheid in het opzetten en uitvoeren van cowboyspelen. Op kleinere schaal is een potje cowboyen erg in trek bij journalisten, politici en actievoerders.
Kan Saturnus een oma zijn met pretlichtjes in haar ogen?
Ik denk van wel. Zo'n Saturnus heeft zijn grauwsluier door de Zon laten verdampen en de angst om te leven laten varen.
Als je vergeet dat het een spel is - of dat je er een spel van kunt maken - is het leven een Saturnaal tranendal. Op zich blijft het natuurlijk een persoonlijke zaak of bevrediging gevonden wordt in zelfkwelling, pijn en ongenoegen of in zelfbevrediging, pret en genoeg.
De creativiteit en originaliteit die nodig is om jezelf in de nesten te werken is net zo prijzenswaardig en gaat dikwijls met meer moeite gepaard dan het sublieme plezier verbonden aan een spelletje dagdromen, draaksteken, hartenjagen of op je poot spelen. In je nest liggen vinden velen kennelijk pas echt zalig als ze zich Saturnale inspanningen hebben moeten getroosten om zich erin te werken.
© 2000 Jan de Graaf