De Zonneboom of ik-drager
In iedere scheppingsmythe komt een centraal punt voor, een centrale boom, obelisk, piramide of 'navel van de wereld'. In de bijbel staat de boom des levens centraal in het paradijs. In de Edda, de noordse mythologie, wordt de levensboom Yggdrasil genoemd, de kosmische es die niet alleen het aardse maar ook het boven en onderaardse leven draagt.
Al deze bomen wijzen naar het zenit van de aarde, de poolster. De pool is de navel van de aarde waaromheen de hemelkoepel wentelt. De aardas, de axis mundi, is de ruggegraat van de wereld. Als kinderen van hemel en aarde hebben wij in onszelf ook zo'n as. Ieder mens is een Yggdrasil, een miniatuur van de kosmische es. Onze ruggegraat vervult immers dezelfde functie: drager van leven, van onze wereld.
We hebben dus niet alleen te maken met ons eigen zenit, maar ook met dat van de aarde (de poolster, vandaar: poolshoogte nemen) en van de zonnebaan: de eclipticapool. Zon, Aarde en mens hebben elk een eigen pool, een eigen draaipunt. Daardoor heeft elke een zelfstandig verhaal, maar ontstaat ook een wisselwerking tussen de Zon en de Aarde, en tussen onszelf, Zon en Aarde.
Op de meridiaan, de plaatselijke middagcirkel, hebben alle drie deze polen een eigen plek. Het MC neemt daarbij een bijzondere plaats in: hier ligt het snijpunt, de poort als het ware, waardoor wij als mens de zonnekwaliteit beleven. Vanuit ons eigen zijn hebben we een relatie, via de poolster met de aarde en via het MC met de Zon, de twaalf tekens van de zodiak.
Axis mundi: een dragend centrum in onszelf
De beide assen Medium-Imum Coeli en Zenith - Nadir zijn het beste te beschouwen als archetypen; ze behoren tot de oerbeleving van mens zijn op aarde. We kunnen hiermee zowel binnen als buiten werken, maar het is een bijzondere ervaring om het onder de blote hemel te doen. De noord - zuidlijn in het Geding, de meridiaan dus, is hier het uitgangspunt. Staand op de cusp van het vierde huis en kijkend naar het zuiden kunnen we ervaren dat we op een krachtige energieverbinding staan, die dagelijks door de Zon wordt vernieuwd als hij op het MC de dag in tweeën deelt.
Wanneer we deze ervaring in verband brengen met onze eigen ruggegraat kunnen we voelen hoe we als het ware een dragend vermogen ontwikkelen, met ons hart als centrum, onze rug als stut en onze schouders als dragers. We zijn een centrale mast met een dwarsligger, we dragen een kruis. Deze oerbeleving is van alle tijden en alle culturen.
Jezelf verhouden tot je horizon
Als mens zijn we altijd het middelpunt van ons eigen heelal. Via de horizon zijn we aangesloten op de windrichtingen en kunnen we horizontale ruimtereizen maken. Via de meridiaan is onze kosmos verbonden met de Zon en met spirituele reizen. Alles trekt in een voortdurende processie aan ons oog voorbij. De Zon, de Maan, de planeten en alle sterrenbeelden zien we in 24 uur van het etmaal passeren. Het is hier, dat we het sterkst de Zonnesfeer beleven. Opmerkelijk is, dat het MC datgene is, waar we naar opkijken. Ooit werd daar een man met een baard gedacht, maar het kan dus ook een ooievaar zijn of een ander symbool van macht of wijsheid.
De glorie van mens zijn is, dat ons Zenit niet samenvalt met ons MC.
We hebben een verhouding tot het MC; we streven naar het hogere en betere, naar macht, naar naamsbekendheid en zeggenschap - en we kunnen ons in dit spel totaal verliezen. Tot we - heel dikwijls rond de midlifecrisis - opeens op zoek gaan naar ons eigen centrum, naar onze eigen draagkracht, en naar die ster boven ons eigen hoofd. Het Geding geeft in overzichtelijke vorm dit hele proces weer. Je kunt een bewuste verhouding aangaan met het gezag, de 'Vader' in je; terwijl je contact houdt met je eigen, unieke zenit, je spirituele zelf.
Het is natuurlijk geweldig als je dit thema dagelijks zou kunnen beleven in je eigen tuin. Een wijzer, die zowel je Zenit als je MC aangeeft, een ankerpunt voor je verblijf op aarde. Dat kan met hele eenvoudige middelen.
De astrologie van de zonnewijzer
Zodra je ergens een stok in de grond zet heb je eigenlijk al een zonnewijzer. De oude Egyptenaren maakten de zwaarste; tonnen wegende obelisken, gewijd aan de zonnegod Ra en gehouwen uit één stuk graniet en dikwijls versierd met hiëroglyfen. Indianen maakten totempalen; of ze gebruikten in een steen gegrifte tekens of cirkels, waarop Zon-vader bijvoorbeeld tijdens een solstitium een lichtspoor trekt. Beide volken waren zonaanbidders; zij leefden onder de schaduw van Ra, van Zon-vader; een slagschaduw die in de loop van de dag heel geleidelijk over het dorp of het tempelplein strijkt als de Zon zijn dagelijkse tocht langs de hemel voltrekt.
een stok in de grond
Als je een paal in je tuin zet, kun je dit MC-IC theater zelf ook zo beleven. Elke dag lees je zowel de tijd als het verloop van de seizoenen af, want de Zon passeert hoog in de zomer, laag in de winter, klimmend in de lente en dalend in de herfst. Zo'n simpele staak in de grond helpt je om jezelf een plek te geven in de tijd, om jezelf thuis te voelen.
Tal van variaties op deze basisvorm leveren astronomische instrumenten op om de plaatselijke meridiaan, de midhemel en het geografische zuiden en noorden te vinden en het juiste tijdstip van solstitium en equinox. Door de stok schuin in de grond te plaatsen - in de richting van de poolster en dus evenwijdig aan de aardas - wijst de schaduw steeds in dezelfde richting, onafhankelijk van het seizoen: dit is de zonnewijzer of gnomon, een instrument dat overal ter wereld voorkomt.
Elke zonnewijzer brengt de energie van de Zon op aarde. Dit komt door de verbinding met de windrichtingen, de huizen van de horoscoop. De zonnewijzer kijkt als het ware naar de horizon, oriënteert zich in de ruimte en geeft de plaatselijke kosmos een centrum.