Van echt naar net echt: virtual reality
Uitspraken als 'archetypische energie' en 'een andere dimensie van beleving' klinken nogal vaag. Omdat het om gevoelens en impressies gaat, schieten woorden nu eenmaal gemakkelijk te kort. Computertaal kan helpen om hier wat duidelijkheid te verschaffen. Bijvoorbeeld met de termen virtual reality en cyberspace, die in de jaren tachtig werden bedacht om aan te geven dat de computergebruiker volledig ondergedompeld wordt in een gesimuleerde omgeving. Ik gebruik deze termen graag om duidelijk te maken hoe ons bewustzijn werkt.
In principe gaan we er van uit, dat we in alles wat we doen bewust aanwezig zijn. We weten wie we zijn en wat we doen; we verhouden onszelf tot de werkelijkheid. Toch is dit maar ten dele waar. De momenten dat we bewust aanwezig zijn, waarop we als het ware wakker worden en gewaar van onszelf en onze omgeving blijken schaars. Iedereen die ooit wat met meditatie heeft gedaan weet daar alles van.
Niet alleen het computerscherm is een poort naar een andere werkelijkheid. In alles wat we doen neigen we ertoe volledig op te gaan in de ervaring; dus niet alleen als we slapen of dromen maar ook gewoon overdag, tijdens een gesprek, een karweitje, een autorit. Elke beleving, elk verhaal neemt ons mee. Probeer maar eens een minuut of wat gewoon ademend aanwezig te zijn zonder in gedachten te vertrekken.
Naast onze denkwereld zijn er natuurlijk nog veel meer belevingswerelden waarop we kunnen afstemmen - voelen; dansen, bewegen, spel, seks, emoties als boosheid, verdriet of angst; de wereld van het hart. Maar, toch is het vooral onze mentale werkelijkheid waarin we het meest verblijven en die ook een bijna hypnotische kwaliteit heeft. In deze audiovisuele wereld hebben we bovendien leren luisteren naar 'wat hoort' en leren kijken zoals 'het' gezien moet worden.
Elk mens verkeert in zo'n cyberspace, een heel eigen mentale wereld vol Mercuriale slimmigheden, Saturnale vermaningen en Joviale zienswijzen. Emoties en gevoelens zijn in deze mentale cyberspace 'net echt'; we kunnen onze gevoelens bedenken, ermee spelen, overdrijven, ontkennen. Maar, zodra we bewustzijn brengen in deze wereld verdampen ze , dikwijls zijn het virtuele hersenspinsels.
Op de vier hoeken van het Geding komt een heel andere realiteit tot leven; die van ons kloppende hart, van onze afstemming op ruimte en tijd, en op verleden en toekomst. Ons hele zijn wordt daar in een kosmisch perspectief geplaatst. Om dit te kunnen ervaren is training noodzakelijk. Zo raken we niet alleen vertrouwd met andere belevingswerelden maar ook met de aanwezige, 'degene die waarneemt'.
Aandacht en concentratie
Aandacht is bij dit soort werk het belangrijkste ingrediënt. Door te voelen, door ons af te stemmen ontstaat als vanzelf contact met de archetypische onderlaag van het bestaan. Besef van ruimte en tijd is een wezenlijk kenmerk van op aarde zijn. Vanuit de virtual reality, de overladen audiovisuele wereld, is dit minder vanzelfsprekend geworden.
Meestal beleven we onszelf daardoor vanuit ons hoofd en de voorkant van ons lichaam, daar waar we uitreiken naar anderen. In het Geding komen vanzelf ook andere ruimtelijke aspecten naar voren. Voor en achter, links en rechts maar ook ons centrum, ons hart heeft hier een plek. Zowel de relatie met onszelf als die met de omgeving krijgt zo een dynamisch en helend perspectief.
ZES KARDINALE (belangrijke) RICHTINGEN:
Achter en voor: ik en de ander. Zowel terughoudendheid als vervloeiing kunnen een probleem zijn. Het blijkt mogelijk om in relatie tot de ander contact te houden met onze rug, met ons eigen weten en tegelijk uit te zien naar 'voor', naar verstandhouding, naar toekomst, naar nieuwe ervaringen. Staand in het midden, met ons gezicht naar het zuiden is het IC, ons verleden, achter ons. Op deze manier brengen we meer zelfbewustzijn in onze ontmoetingsruimte, de voorzijde van ons lichaam.
Links en rechts: voelen en handelen; ontvangen en geven kunnen in balans worden gebracht.
Beneden en boven: mijn lichaam en mijn geest; evenwicht en inspiratie, aarde en bezieling; instinct en rede, praktijk en idee vragen om integratie.
Het nu: in ons hart, in onze kern, brengen we al deze ervaringen samen.
Van deze zes richtingen staat de dimensie boven - beneden niet in de horoscoop. In het landschap, in de realiteit van het Geding, is 'boven - beneden' juist de primaire ervaring.
Het is belangrijk om ons te realiseren dat het hier om iets heel anders gaat dan het 'boven' en 'beneden' in de horoscoop, het MC en het IC. In de vrije natuur ervaren we het zenit, recht boven ons hoofd, als de top van de hemelkoepel 'het centrum van de kosmos'.
Zenit en horizon horen bij elkaar;
ze vormen een halve bol. Door het punt recht onder ons, het nadir ('centrum van de aarde'), eveneens met de horizon te verbinden, ontstaat de meetkundige andere helft van de bol. De kosmos bestaat dus uit een aardse en een hemelse helft. En, omdat het zenit niet in de horoscoop staat, is het als mens, als astroloog, essentieel om deze verticale dimensie er zelf bij te betrekken.
Jezelf verbinden met hemel en aarde
Bij intuïtieve ontwikkeling is het gebruikelijk om een verbinding te maken met de aarde via je stuitje (gronding) en via je kruin met de hemel, het 'centrum van de kosmos', (klaren of ophelderen). We verbinden onze ruggegraat met ons eigen zenit en nadir en maken daardoor contact met het grotere geheel, waartoe ook ons wezenlijke zelf behoort. Door onszelf op deze manier als middelpunt van een energieveld te beleven, versterken we zowel het besef van ruimte als van gecenterd zijn. We zijn duidelijker en doelgerichter naar de wereld om ons heen; we vormen in onszelf een verbinding tussen de verticale en horizontale dimensie van het leven.
Centrum en omtrek horen bij elkaar en versterken elkaar.
Dit levert een intense beleving op van thuis zijn. We zijn meer aanwezig, geaard, en tegelijkertijd in contact met het landschap, de wereld om ons heen, de stand van de Zon en de kracht van de wind. Onze eigen cirkelvormige wereld, onze aura, is in harmonie met 'het wereldei', de kosmos.