Kosmisch bewustzijn: oriëntatie op hemel en aarde
Oriëntatie in de ruimte is een puur lichamelijke beleving waar we zelden of nooit bij stil hoeven te staan. Ons hele lichaam is er op toegerust om ons te oriënteren en ons evenwicht te bewaren. Ons oriëntatievermogen - weten waar we zijn en wie we zijn - maar ook ons slaap- en waakritme zouden we 'kosmisch bewustzijn' kunnen noemen.
Zo boven, zo beneden; zo binnen - zo buiten
In de microkosmos van onze borstkas is van alles te beleven. Het hart, onze innerlijke Zon klopt, al onze organen functioneren in onderlinge harmonie, via onze adem en onze voeding wisselen we voortdurend energie uit met de omgeving.
Vanuit aanwezigheid in ons eigen hart staan we zowel in contact met onze eigen ademruimte, waarin we voelen en bewegen, als met het grotere geheel, de macrokosmos. Daar zijn we voortdurend aangesloten op de stand van de Zon - de ervaring van ochtend, middag, avond en nacht; ons werk, eet en slaapritme. Georiënteerd zijn wil daarom zeggen: in relatie staan met ons zelf, met onze eigen ruimte maar ook met de kosmos, heel concreet met de hemel boven en de aarde onder ons. Zowel onze innerlijke klok als ons richtingsgevoel hangt hiermee samen. Het verschijnsel jetlag bewijst, hoe diep een verstoring van deze afstemming ingrijpt op ons welbevinden.
Tijdsbesef en circadiaans ritme
Hoe intens het leven is afgestemd op het draaien van de aarde en het kosmisch ritme van licht en donker blijkt uit de volgende voorbeelden. De meeste functies van levende wezens hebben een ritme van vierentwintig uur. Omdat deze ritmes ongeveer een etmaal duren worden ze 'circadiaans' genoemd ('circa' is rondom en 'dies' is dag). Onze eigen dagindeling is hier een voorbeeld van, maar als we van tuinieren houden zien we dit principe de hele dag door aan het werk.
Bloemenklok
De Zweedse botanicus Linnaeus geeft in zijn Philosophia Botanica (1751) zelfs aan, dat het mogelijk moet zijn een bloemenklok te maken. Elke plant kent namelijk zijn eigen tijd van openen en sluiten. Door allerlei soorten, zoals margrieten, goudsbloemen, waterlelies en Sint Janskruid in een cirkel op te stellen, zou het ritmisch openen en sluiten van de bloemen werken als de wijzers van een klok.
Bijen zijn zonnekinderen
Bijen houden daar rekening mee. Als ze 's-ochtends uitvliegen werken ze een volle agenda af; van elke soort weten ze de beste tijd voor een bezoek; soms tot op 9 verschillende afspraken per dag met een tussenruimte van 20 minuten. De informatie die ze verzamelen over de beschikbaarheid van honing en stuifmeel geven ze door aan hun zusters door middel van de beroemde 'bijendans'.
De kennis die hierin wordt overgedragen omvat gegevens over richting en afstand - tot wel 15 kilometer. Bijen oriënteren zich daarbij op de stand van de Zon. Als ze hun informatie doorgeven, corrigeren ze deze voor de beweging van de Zon ten opzichte van de korf, die ongeveer 15° per uur bedraagt. Met andere woorden: ze hebben een fijnbesnaard tijdsbesef en een ingebouwde GPS, een global positioning system.